Dag camper, dag US…hallo huis

Dag camper, dag US…hallo huis

Met pijn in ons hart hebben we de camper ingeleverd waarmee we ruim 2 maanden door de Verenigde Staten zijn gereden. De laatste week hebben we hem voornamelijk gebruikt als hotelkamer, omdat we op een camping in de stad San Francisco stonden. Er was vervoer van en naar de stad, dus we hoefden niet zelf te rijden. Maar toch, in die kleine week konden we het niet laten om hem nog een laatste dagje ‘uit te laten’. Gewoon, omdat we het kamperen zo misten.

Dat laatste ritje naar de kust was een waardige afsluiter van een memorabele reis. Eenmaal terug op de camping hadden we nog een dag de tijd om de camper schoon te maken en alle bagage in te pakken. Dat laatste klinkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe kunstig je thuis alles in een paar koffers gepropt krijgt, hoe lastig is dat in een camper. Want alles is uitgepakt en waar zat wat ook al weer? En omdat je wat kleine souvenirs hebt gekocht moeten die ook een plekje vinden. Ergens. Daarnaast is er uiteraard altijd wel wat eten en drinken over. En in de verhuurvoorwaarden stond dat je niets in de camper mocht achterlaten wat er niet inzat toen je hem meekreeg. Tja, wat te doen met de door ons gekochte bezem , dweil en broodrooster?

Poetsen,  boenen, inleveren

Na een paar uur inpakken, boenen, poetsen en de overgebleven etenswaren doneren aan een jong stel op de camping was ons huis op wielen weer  in de staat waarin we hem hebben meegekregen.  Compleet met gewassen handdoeken en theedoeken. En broodrooster, bezem en dweil. Mooier dan dit kan toch niet, zou je denken. Dus in de staat waarin hij was. Bijna. Zo bleek bij het inleveren, maar daarover zo meer.

Die laatste ochtend reden we ons laatste ritje naar het inleverpunt net buiten San Francisco. Bij de inspectie bleek dat we ruim onder het aantal mijlen zaten dat we konden rijden. Mooi. Maar niet zo mooi: er zat een sterretje in de ruit. We hebben het niet gemerkt, maar ergens op de niet al te beste Californische wegen moet er een steentje zijn opgespat. Het was een minuscuul plekje, maar toch…
Ook bleek de ‘ongevallencamera’ niet aanwezig te zijn. Dat klopte wel, want bij het afleveren in Seattle had de medewerker het cameraatje uit de doos gehaald. “Deze is al oud. Ik zal hem vervangen want eigenlijk worden ze nooit gebruikt omdat iedereen een telefoon en camera bij zich heeft. Bovendien krijgt gelukkig niet iedereen een ongeluk.” Maar helaas was hij het cameraatje  dus wel vergeten te vervangen, en hebben wij er toen ook niet meer aan gedacht.  Uiteindelijk moesten we 125 dollar betalen voor, zo staat op de factuur, een ruitschade van 60 dollar en een half uur arbeidsloon. Omgerekend een uurloon van 130 dollar. Niet slecht! Of is die camera toch doorberekend? We zullen het nooit weten.

Beetje veel bagage voor 2 dagen

Maar goed. Verder was de camper prima in orde en leverden we de sleutels definitief in.  Met 5 koffers en een paar tassen meldden we ons voor 2 nachtjes bij een hotel in San Francisco. Wat de medewerkers dachten van al die bagage voor maar 2 nachten weten we niet, maar hun blikken spraken boekdelen en wij hebben dan ook hikkend van de lach alle troep naar boven gezeuld.

En nu, nu zijn we weer thuis. Met een schat aan ervaringen, belevenissen en foto’s. We hebben prachtige parken bezocht, fantastische ontmoetingen en gesprekken gehad, zijn ontroerd geraakt in Las Vegas, maar hebben bovenal genoten van de vrijheid van reizen met  ‘onze’ camper! We missen het nu al!