Zelf goud zoeken in Deadwood

Deadwood

Toen in 1876 in Deadwood in de Black Hills in South Dakota de goldrush begon, trokken er in een jaar tijd ruim 13.000 goudzoekers, gokkers, hoeren en andere gelukzoekers naar deze vallei om er hun fortuin te zoeken. Slechts weinigen werden rijk, maar goud zoeken kun je er nog steeds in de Broken Boot Gold Mine. En anders dan in die wilde jaren van toen vind je nu gegarandeerd goud.

De Broken Boot Goldmine ligt op twee busstopjes vanaf de Whistlers Gulch Campground waar we twee nachten met onze camper staan. Onder leiding van gids en ‘Deadwoodite’ Cameron Enrights en met een mijnwerkershelm op betreden we de Broken Boot Goldmine, die even buiten Deadwood, South Dakota ligt. De Broken Boot goudmijn werd in 1878 geopend, al is niet meer te herleiden wie destijds de eigenaar van de mijn was. Dat was drie jaar nadat ene John Pearson in Deadwood goud in de rivier gevonden had.

‘Fools gold’ in Deadwood

Goud is er in deze mijn, die tot 1904 in productie bleef, nooit veel gevonden: alles bij elkaar zo’n 15.000 ounce, omgerekend ongeveer 425 kilo goud. Maar de mijn was vooral belangrijk voor de winning van het zogeheten ‘fools gold’: ijzerhoudend pyriet dat gebruikt werd om in de goudsmelterij van Deadwood echt goud van het erts te scheiden.

De winning van dat ‘fools gold’, dat veel lichter is dan echt goud, gebeurde onder ronduit primitieve omstandigheden, vertelt Enright. Ploegen van zo’ n veertig mijnwerkers werkten tien uur per dag in groepjes van twee bij kaarslicht om springgaten voor explosieven in de horizontale mijngangen te hakken. De ene mijnwerker hield de beitel vast, met z’n duim op de kop van de beitel. Doordat de zwakke kaarsvlam weerkaatste op de duimnagel, wist de andere mijnwerker waar hij met de hamer moest slaan. Daarna werd er afgeteld en hopelijk trok de beitelman net op tijd z’n duim terug.

Enright doet even het in de jaren vijftig aangelegde elektrisch licht uit en steekt een kaars aan om te laten zien hoe zwak het schijnsel is. Doden zijn er in de mijn nooit gevallen, maar er zijn wel heel wat vriendschappen gesneuveld, weet onze gids. De mijnwerkers kregen twee dollar per dag betaald, wat toen gelijk stond aan tweemaal het modale salaris. “Dat is evenveel als een gids nu verdient”, grapt hij.

Ingestorte kamer

Aan het eind van de werkweek stopten de mijnwerkers kruit in de gaten om de boel te laten springen. Als ze op maandag weer terugkwamen, was het stof neergedaald en konden ze het ‘fools gold’ in karretjes scheppen en afvoeren. Op die manier zijn drie grote kamers ontstaan, waarvan er inmiddels een compleet is ingestort. “Dat is gisteren gebeurd”, zegt Enright op zeer ernstige toon. “Nee hoor”, lacht hij. “Dat is jaren geleden gebeurd, in de winter toen de mijn gesloten was.”

In 1904 stopte de winning van het pyriet, omdat er toen chemicaliën ontdekt werden die het goud op een efficiëntere manier van het erts konden scheiden. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de mijn opnieuw enkele jaren in gebruik genomen, deze keer om zwavel voor de munitiefabrieken te delven. En in de mijngangen hangt nog steeds een lichte zwavelgeur.

Kapotte laars

In 1954 werd de mijn opnieuw geopend, nu om er toeristen rond te leiden. Uit veiligheidsoverwegingen werden de mijngangen met dikke balken gestut, iets wat de mijnwerkers uit de negentiende eeuw niet nodig hadden gevonden. Zij vertrouwden er op dat de harde tunnelwanden stevig genoeg waren. Bij het opruimen van de mijn werden ook tal van achtergelaten spullen gevonden, zoals doorgeroeste kruiwagens, gereedschap en een kapotte laars, van wie niemand weet van wie die geweest is. Maar de laars leverde de mijn wel z’n naam op: de Broken Boot Goldmine.

Horrorfilm

Daarna maakte de mijn in de jaren zestig nog een keer naam als filmlocatie. Dat was tijdens het hoogtepunt van de Hollywood horrormovies van die dagen. De Broken Boot-mijn werd gebruikt voor opnames van de film ‘Beast from the haunted cave’, volgens Enright een van de tien slechtste horrormovies ooit gemaakt. “Hij is nog te vinden op Youtube.”

Goud pannen

Na een half uurtje is de rondleiding voor de rest van het kleine gezelschap voorbij, maar niet voor ons. Wij gaan nog even goud ‘pannen’, zoals de goudzoekers dat vroeger deden. Bij de kassa krijgen we een zakje grind en een goudpan mee. Enright neemt ons mee naar de wasgoot, gooit zijn eigen grind in een goudpan en begint te spoelen. Wij doen het met onze kiezeltjes na.

Goud pannen is eigenlijk een kwestie van schudden, de pan in het water dippen om het grind weg te laten spoelen en te zorgen dat het zwaardere goud onderin de pan blijft. Eerst moeten we een schep water over het grind gooien en daarna langzaam de steentjes uit de goudpan laten draaien. Goud is zwaarder, zakt naar de bodem van de pan en blijft achter de randen in de zijkant hangen.

Na een paar keer water scheppen en spoelen is het meeste grind in de spoelbak verdwenen. Daarna moeten we de pan heen en weer schudden. Het lijkt wel of we in de Discovery-serie Goldrush meespelen. En warempel, op de bodem van de pan flikkeren wat kleine, gele flintertjes. We hebben goud gevonden! En Enright houdt bij hoog en bij laag vol dat het echt goud is en geen fools gold. “Fools gold is te licht en blijft drijven. Dus dat kun je met goudpannen niet vinden.” Het klinkt redelijk overtuigend, maar hij wil niet zeggen waar dit echte goud vandaan komt. “Als ik dat zou zeggen, zou mijn baas me vermoorden,” lacht hij. En het goud? Dat mogen we meenemen in een klein kokertje.

De Broken Boot Goldmine is geopend van het eerste weekend in mei tot het eerste weekend van september.